Indien een lid van de federale politie, trouwens optredend bij de uitoefening van zijn taken van bestuurlijke politie of van zijn gerechtelijke taken (15), het noodzakelijk acht een vreemdeling om veiligheidsredenen te fouilleren vóór diens aankomst in een INAD-centrum of in voorkomend geval bij zijn terugkeer naar dat centrum, nadat hij zich buiten de veiligheidszone met gereglementeerde toegang van de luchthaven heeft bevonden, is artikel 28 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 ambtshalve van toepassing en het staat niet aan de Koning zulks te herhalen in het kader van het voorliggende ontwerpbesluit.
Si, agissant par ailleurs dans le cadre de l'exercice de ses missions de police administrative ou de ses missions judiciaires (15), un membre de la police fédérale estime nécessaire de procéder à une fouille de sécurité d'un étranger préalablement à son arrivée dans un centre INAD ou, le cas échéant, à son retour dans ce centre après s'être trouvé en dehors de la zone de sûreté à accès réglementé de l'aéroport, l'article 28 de la loi sur la fonction de police du 5 août 1992 trouve d'office à s'appliquer et il n'appartient pas au Roi de le répéter dans le cadre du projet d'arrêté présentement examiné.