Overwegende dat een bezwaarin
diener de opmerking maakt dat hij nu reeds trillingen ondervindt van de mijnschoten die vanop de hoogten van Heyd verricht worden; dat sommige bezwaarindieners
daarenboven ervoor vrezen dat de ontsluiting van de uitbreidingen nog meer risico's op trillingen meebrengt : op de gebouwen in Heyd (voor de zuidelijke uitbreiding), en op de huizen in de vallei en op de hellingen van de Aisne (voor de noordelijke uitbreiding); dat er een bezwaarindiener ongerust is over, meer bepaald, de eve
...[+++]ntuele impacten op de "drie beschermde grotten" en op de menhir "a Djèyi";