Het beroepsgeheim wordt ook voorgeschreven door de algemene discretieplicht die wordt opgelegd door het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, en door artikel 337 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, dat bepaalt : " Hij die, uit welken hoofde ook, optreedt bij de toepassing van de belastingwetten of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van d
e administratie der directe belastingen, is, buiten het uitoefenen van zijn amb
t, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande
...[+++]alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft" . Omwille van zijn algemene strekking is het aangehaalde artikel 337 van toepassing op de ambtenaren van alle fiscale administraties, en dus ook op de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen.Ce secret professionnel est également prescrit par le devoir général de discrétion imposé par l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant statut des agents de l'Etat et par l'article 337 du Code des impôts sur le revenu, lequel dispose que : " Celui qui intervient, à quelque titre que ce soit, dans l'a
pplication des lois fiscales ou qui a accès dans les bureaux de l'administratio
n des contributions directes, est tenu de garder, en dehors de l'exercice de ses fonctions, le secret le plus absolu au sujet de tout ce dont il a eu connaissan
...[+++]ce par suite de l'exécution de sa mission " En raison de leur portée générale, les dispositions de l'article 337 précité s'appliquent aux agents de toutes les administrations fiscales et, par suite, aux agents de l'Administration des douanes et accises.