Schenden de artikelen 63, 479, 480, 481, 482 en 483 tot en met 503 van het Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, om reden dat de partij die zich ges
chaad acht door een misdrijf gepleegd door een persoon bedoeld in artikel 479 van het Wetboek van Strafvordering - niettegenstaande haar burgerlijke partijstelling bij een onderzoeksrechter op grond van artikel 63 van hetzelfde Wetboek - voor het gevolg dat aan haar vordering zal worden gegeven, afhankelijk is van de enkele beslissing van de procureur-generaal, zonder enige jurisdictionele toetsing van de beslissing om te dagvaarden, terwijl een partij die zich ges
chaad acht ...[+++] door een misdrijf gepleegd door een persoon die niet bedoeld is in artikel 479 van het Wetboek van Strafvordering, de aan elke klager verleende rechten en waarborgen geniet om zich burgerlijke partij te stellen en zodoende de vervolging in te stellen waarover, in de regel, een rechterlijke beslissing moet worden genomen ?Les articles 63, 479, 480, 481, 482, 483 jusque y compris l'article 503 du Code d'instruction criminelle violent-ils les articles 10 et 11 de la Constitution au motif que la partie qui se prétend lésée par un délit commis par une personne visée à l'article 479 du Code d'instruction criminelle - nonobstant sa constitution de partie civile chez un juge d'instruction sur base de l'article 63 du même Code - dépendra quant à la suite
de son action de la seule décision du procureur général sans aucun contrôle juridictionnel quant à la décision de citer, alors qu'une partie qui se prétend lésée par un délit commis par une personne non reprise à
...[+++] l'article 479 du Code d'instruction criminelle bénéficie de droits et garanties reconnus à tout plaignant de se constituer partie civile et d'initier par là des poursuites devant, en règle, faire l'objet d'une décision de justice ?