Door zijn terugwerkende kracht kan artikel 344, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ertoe leiden dat bevrijdende roerende voorheffing verschuldigd is op rechtshandelingen die, met inachtneming van alle wettelijke voorschriften, definitief zijn gesloten vóór de bekendmaking van de in het geding zijnde bepaling en dus op een tijdstip dat de belastingplichtige daarop geen roerende voorheffing verschuldigd was en met de mogelijkheid van een herkwalificatie geen rekening kon en moest houden.
En raison de sa rétroactivité, l'article 344, § 1, du Code des impôts sur les revenus 1992 peut conduire à ce que le précompte mobilier libératoire soit dû sur des actes juridiques qui, dans le respect de toutes les prescriptions légales, ont été définitivement accomplis avant la publication de la disposition en cause et donc à un moment auquel le contribuable n'était pas redevable du précompte mobilier sur ces actes et ne pouvait ni ne devait tenir compte de la possibilité d'une requalification.