Op grond van hetgeen hierboven werd uiteengezet dienen de provincies, die de uitgaven met betrekking tot de instellingen voor niet-confessionele morele dienstverlening moeten dragen, derhalve de uitgaven van het geheel van de op provinciaal vlak erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschap dragen.
Sur la base de ce qui précède, les provinces, qui doivent supporter les dépenses relatives aux établissements d'assistance morale non confessionnelle, prennent par conséquent en charge les dépenses de l'ensemble de la communauté philosophique non confessionnelle reconnue au niveau provincial.