In het arrest maakt het Hof duidelijk, dat de door Nederland bedoelde begrippen zoals openbare orde en goede zeden, voldoende duidelijk zijn en dat de veronderstelde tegenstrijdigheden, met name wat de octrooieerbaarheid van planten betreft, slechts schijnbaar zijn.
L'arrêt de la Cour explique que les notions mises en avant par les Pays-Bas, comme l'ordre public ou les bonnes moeurs, sont suffisamment claires, et que les contradictions supposées, particulièrement en ce qui concerne la brevetabilité végétale, ne sont qu'apparentes.