In 1789, het jaar van de Brabantse Omwenteling, vertrok een delegatie uit de Zuidelijke Nederlanden onder leiding van Hendrik Van der Noot naar het noorden om het bestuur van de Zuidelijke Nederlanden aan de familie van Oranje-Nassau aan te bieden. Als student schreef de latere koning Willem een scriptie over de beste regeringsvorm voor de Zuidelijke Nederlanden en ook tijdens zijn ballingschap liet de gedachte aan een hereniging hem niet los, hoewel op dat ogenblik Napoleon over heel Europa heerste en de kans op een hereniging dus heel klein was.
En 1789, l'année de la Révolution brabançonne, une délégation des Pays-Bas méridionaux est partie dans le nord, conduite par Hendrik Van der Noot, pour offrir le gouvernement des Pays-Bas méridionaux à la famille d'Orange-Nassau.