14. In § 2 wordt aan de Verdragsluitende Staten ook gevraagd om medeplichtigheid aan corruptie van een buitenlands ambtenaar strafbaar te stellen, daaronder begrepen de aanzetting, bijstand en toestemming, alsmede de poging tot corruptie en de samenspanning in die Staten waar poging tot corruptie van een nationaal ambtenaar en samenspanning strafbaar gesteld zijn.
14. Le § 2 demande également aux États parties d'incriminer la complicité de corruption d'un agent public étranger, y compris par instigation, assistance ou autorisation, ainsi que la tentative et le complot dans les États qui punissent également la tentative et le complot relatifs à la corruption d'un fonctionnaire national.