4. meent dat stedelijke mobiliteit tevens gericht moet zijn op de totstandbrenging van interstedelijke netwerken die dienen te zorgen voor de verbinding tussen de grote steden, hun economische ontwikkeling, de snelle verplaatsing van burgers en goederen, alsmede de bevordering van het toerisme;
4. estime qu'il importe que la mobilité urbaine inclue la constitution de réseaux interurbains permettant de relier entre elles des grandes villes, d'assurer leur développement économique, de permettre le déplacement rapide des personnes et des marchandises et de promouvoir le tourisme;