Uit de omstandigheid dat de verzoekende partij geen annulatieberoep tegen het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 9 januari 2015 heeft ingesteld, kan niet worden afgeleid dat het zesde onderdeel van het middel, gericht tegen sommige bepalingen van het decreet van 25 april 2014, niet ontvankelijk zou zijn.
La circonstance que la partie requérante n'a pas introduit de recours en annulation de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 9 janvier 2015 ne permet pas de déduire que le moyen, en sa sixième branche, dirigé contre certaines dispositions du décret du 25 avril 2014, ne serait pas recevable.