Noch de bepaling die de vastlegging van de opdracht van personeelsleden voorschri
jft als beginsel en uitsluit voor bepaalde categorieën van personeelsleden (artikel 158),
noch de bepaling die de wijze regelt waarop die functiebeschrijving wordt opgemaakt (artikel 159),
noch de bepaling die de directeur de bevoegdheid verleent om voor elk personeelslid de prestatieregeling vast te stellen (artikel 165) kunnen worden beschouwd als beperkingen van de vrij
...[+++]heid van onderwijs die niet redelijk verantwoord zouden zijn of onevenredig zouden zijn met het nagestreefde doel.