Hieruit blijkt dat van de niet-rokende tweedeklasreizigers er voor alle trajecten samen: a) iets meer dan de helft altijd een zitplaats vindt bij het opstappen wanneer alle tijdstippen door elkaar samen in beschouwing worden genomen; b) 6,4 % zelden of nooit een zitplaats vindt tijdens de ochtendpiek (7 tot 10 uur) en dat dit voor 9,4 % het geval is tijdens de avondspits is (tussen 16 en 19 uur); c) rokers hadden toen verhoudingsgewijs nog veel meer kans om geen zitplaats te vinden in het compartiment van hun keuze.
Concernant les voyageurs de 2e classe non fumeurs, tous trajets confondus, elle fait apparaître: a) qu'un peu plus de la moitié trouvent toujours une place assise après être montés dans le train, quelle que soit l'heure; b) que 6,4 % trouvent rarement ou jamais de place assise pendant les heures de pointe du matin (entre 7 et 10 heures) et que c'est le cas pour 9,4 % pendant les heures de pointe du soir (entre 16 et 19 heures); c) que les fumeurs ont alors, proportionnellement, encore beaucoup moins de chances de trouver une place assise dans le compartiment de leur choix.