F. overwegende dat door i
n te stemmen met de octrooieerbaarheid van delen en producten van het menselijk lichaam, de richtlijn in haar huidige versie in strijd is met het principe dat de niet-commerciële aard van het menselijk lichaam en van de delen ervan bevestigt en dat is opgenomen in het Verd
rag van de Raad van Europa over de mensenrechten en de biogeneeskunde en door het Raadgevend Comité voor bio-ethiek van België in herinnering is gebracht; overwegende dat de octrooieerbaarheid van delen van het menselijk lichaam zoals beoogd
...[+++] in richtlijn 98/44/EG, de commerciële logica van de octrooien op de voorgrond stelt ten nadele van de menselijke waardigheid, a fortiori indien zulks impliceert dat de octrooihouder op enigerlei wijze deelt in de financiële voordelen die kunnen voortvloeien uit de exploitatie van het octrooi; de inhoud van de richtlijn kan er aldus toe leiden dat het menselijk lichaam als koopwaar wordt beschouwd; F. considérant qu'en admettant la brevetabilité des éléments et produits du corps humain, le texte de la directive dans son état actuel risque d'entrer en contradiction avec le principe de non-commercialisation du corps humain et de ses parties qui est édicté par la Convent
ion du Conseil de l'Europe sur les droits de l'homme et la biomédecine et rappelé par le Comité consultatif de bioéthique belge; considérant en effet que la brevetabilité des éléments du corps humain telle qu'elle est envisagée dans la directive 98/44/CE conduit à privilégier la logique commerciale des brevets et au détriment de la
dignité humaine, a ...[+++]fortiori si elle implique une participation quelconque du breveté aux avantages financiers du brevet; le contenu de la directive peut ainsi amener à une marchandisation de l'humain;