Art. 103. In afwijking van artikel 259quater, § 3, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek en gedurende vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van dit artikel moeten de kandidaten voor het mandaat van korpschef op het ogenblik van hun aanwijzing ten minste drie jaar verwijderd zijn van de leeftijdsgrens bedoeld in artikel 383, § 1, van hetzelfde Wetboek.
Art. 103. En dérogation à l'article 259quater, § 3, 3°, du Code judiciaire et pendant les cinq années qui suivent l'entrée en vigueur dudit article, les candidats au mandat de chef de corps doivent, au moment de leur désignation, être âgés de minimum trois années de moins que la limite d'âge prévue à l'article 383, § 1 du même Code.