De partijen hebben het recht een aantal ongewapende vluchten boven het grondgebied van alle andere deelnemers uit te voeren, op voorwaarde dat ze daarbij erkende vliegtuigen en observatietechnieken gebruiken en dit doen op grond van vooraf overeengekomen en gecontroleerde missie- en vluchtplannen.
Les parties ont le droit d'effectuer un certain nombre de vols non armés sur l'ensemble des territoires des autres participants, à condition d'utiliser des avions et des techniques d'observation agréés, suivant des plans de mission et de vol préalablement convenus et contrôlés.