Voor de verwijzende rechter rijst de vraag of bij de vordering tot nietigverklaring van de erkenning van een minderjarig, niet ontvoogd kind, jonger dan vijftien jaar, van wie de moeder is overleden, door een man van wie niet is aangetoond dat hij niet de biologische vader is, het de rechtbank toekomt uitspraak te doen rekening houdend met het belang van het kind.
Le juge a quo est confronté à la question de savoir s'il revient au tribunal de statuer en tenant compte de l'intérêt de l'enfant dans l'hypothèse d'une action en nullité de la reconnaissance par un homme dont la non-paternité biologique n'est pas démontrée, d'un enfant mineur non émancipé, âgé de moins de quinze ans, dont la mère est décédée.