O. overwegende dat in de in juni 1993 aangenomen verklaring en het actieprogramma van Wenen voor het eerst wordt gesteld dat de fundamentele rechten van de vrouw een onvervreemdbaar, integraal en onlosmakelijk onderdeel vormen van de universele rechten van de mens en dat alle vormen van geweld, inclusief die welke voortvloeien uit culturele vooroordelen, onverenigbaar zijn met de waardigheid en de waarde van de mens,
O. considérant que la Déclaration et le Programme d'action de Vienne adoptés en juin 1993, considèrent pour la première fois que les droits fondamentaux des femmes "font inaliénablement, intégralement et indissociablement partie des droits universels de la personne”, et que toutes formes de violence y compris celles qui sont la conséquence de préjudices culturels sont incompatibles avec la dignité et la valeur de la personne humaine”,