Daarom is de Commissie van oordeel dat, wegens het ontbreken van een overeenkomstige subinstallatie die het mogelijk zou maken de toewijzing overeenkomstig artikel 10 van Besluit 2011/278/EU te bepalen, installaties die vloeibaar ruwijzer invoeren voor verdere verwerking, niet kunnen worden geacht in aanmerking te komen voor de toekenning van kosteloze toewijzingen voor de hoeveelheid ingevoerd vloeibaar ruwijzer op basis van de benchmark voor vloeibaar ruwijzer.
La Commission estime dès lors que, faute d’une sous-installation correspondante qui permettrait de déterminer l’allocation conformément à l’article 10 de la décision 2011/278/UE, les installations qui importent de la fonte liquide en vue de sa transformation ne sauraient être considérées comme admissibles au bénéfice d’une allocation à titre gratuit sur la base du référentiel de la fonte liquide, pour la quantité de fonte liquide importée.