Zo niet krijgt de langstlevende wettelijk samenwonende van een overledene die geen enkele andere erfgerechtigde achterlaat alleen het vruchtgebruik van de « preferentiële goederen » (het onroerend goed dat als gemeenschappelijke verblijfplaats diende en het daarin aanwezige huisraad), zodat de nalatenschap voor het overige als « onbeheerd » moet worden beschouwd : de staat krijgt dan de blote eigendom van de goederen die onderworpen zijn aan het erfrechtelijk vruchtgebruik van de samenwonende partner en de volle eigendom van de goederen waarop dat vruchtgebruik geen be
trekking heeft (zie opmerkingen ...[+++] van de Commissie Familierecht van de Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat).
À défaut de cette précision, dans l'hypothèse où le défunt ne laisserait aucun autre héritier que son cohabitant légal survivant, ce dernier ne recueillerait que l'usufruit des « biens préférentiels » (immeuble affecté à la résidence commune et meubles qui le garnissent), la succession devant être considérée comme « vacante » pour le surplus: l'État recueillerait dès lors la nue-propriété des biens soumis à l'usufruit successoral du cohabitant légal et la pleine propriété des biens non visés par cet usufruit (voir Observations de la Commission Droit de la Famille de la Fédération royale des notaires de Belgique).