Art. 33. Bij het vervullen van hun opdrachten, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten, doen de beschermingsofficieren, of ten minste één van hen, die tegenover een persoon optreden of zich aanmelden aan de woning van een persoon, van hun hoedanigheid blijken door middel van het legitimatiebewijs waarvan zij houder zijn.
Art. 33. Dans l'exercice de leurs missions, sauf si les circonstances ne le permettent pas, les officiers de protection, ou au moins l'un d'entre eux, qui interviennent à l'égard d'une personne ou qui se présentent au domicile d'une personne, justifient de leur qualité au moyen du titre de légitimation dont ils sont porteurs.