Ofschoon de wettelijke vertegenwoordigers niet noodzakelijk een medische opleiding hebben genoten, bevinden zij zich doorgaans in een situatie die hen toelaat om met kennis van zaken mede te oordelen over de « oordeelsbekwaamheid » van de minderjarige, over het « vrijwillige, overwogen en het herhaald » karakter van zijn verzoek, en over zijn « aanhoudend en ondraaglijk fysiek lijden ».
Bien que les représentants légaux n'aient pas nécessairement pu suivre une formation médicale, leur situation leur permet généralement d'apprécier, en connaissance de cause, la « capacité de discernement » du patient mineur, le caractère « volontaire, réfléchi et répété » de sa demande et sa « souffrance physique constante et insupportable ».