3. Uiterlijk een maand vóór het verstrijken van de proeftijd stelt het lid van het Europees Parlement, indien blijkt dat de parlementaire medewerker niet de nodige kwaliteiten bezit om zijn functie te blijven uitoefenen, een beoordelingsrapport op over de geschiktheid van de parlementaire medewerker voor het vervullen van zijn taken, en over zijn prestaties en zijn gedrag.
3. Un mois au plus tard avant l'expiration de la période de stage, le député au Parlement européen établit, si l'assistant parlementaire n'a pas fait preuve de qualités suffisantes pour être maintenu dans ses fonctions, un rapport sur l'aptitude de l'assistant parlementaire à s'acquitter de ses tâches, ainsi que sur son rendement et sa conduite.