De in het geding zijnde maatregel kan niet worden beschouwd als onevenredig met de doelstelling van de wet van 14 juli 1976, in het algemeen, en van de overgangsbepaling waarbij de toepassing van de regels inzake de vereffening en de verdeling worden uitgesloten, in het bijzonder.
La mesure en cause ne saurait être considérée comme disproportionnée à l'objectif de la loi du 14 juillet 1976, en général, et de la disposition transitoire excluant l'application des règles relatives à la liquidation et au partage, en particulier.