In het bijzonder heeft de Unie niet afgelaten haar diepe bezorgdheid te uiten ten aanzien van de situatie van de personen die worden vervolgd of van hun grondrechten worden beroofd voor het openlijk belijden van hun geloof, ongeacht overigens welke godsdienst of geloofsovertuiging het betreft.
L’Union n’a eu de cesse en particulier d’exprimer sa profonde préoccupation au regard de la situation des individus persécutés ou privés de leurs droits fondamentaux pour avoir ouvertement pratiqué leur foi, quelle que soit par ailleurs leur religion ou leur croyance.