§ 2. In 2014, 2015 en 2016, wordt het bedrag van de overlegde onderzoeksacties bedoeld in artikel 5 verdeeld over elke instelling in verhouding tot respectief 25 %, 50 % en 75 % van de relatieve aandelen bedoeld in artikel 6, en 75 %, 50 % en 25 % van de aandelen die worden gekregen door de verdeelsleutel te gebruiken die in 2013 tussen de universiteiten werd toegepast, te weten : 35,48 % voor de UCL, 25,07 % voor de ULB, 26,28 % voor de ULG, 7,39 % voor de UMons, 4,13 % voor de UNamur en 1,65 % voor de USLB.
§ 2 En 2014, 2015 et 2016, le montant des actions de recherche concertées visé à l'article 5 est réparti entre chaque institution à concurrence respectivement de 25 %, 50 % et 75 % des parts relatives visées à l'article 6, et 75 %, 50 % et 25 % des parts obtenues en utilisant la clé de répartition appliquée en 2013 entre les universités, à savoir : 35,48 % pour l'UCL, de 25,07 % pour l'ULB, 26,28 % pour l'ULG, 7,39 % pour l'UMons, de 4,13 % pour l'UNamur et de 1,65 % pour l'USLB.