Bij beschikking van 5 mei 1999 heeft het Hof de zaak in gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 9 juni 1999, nadat het de prejudiciële vraag had geherformuleerd, en na te hebben vastgesteld dat de partijen zich beroepen op arresten van het Hof met betrekking tot dezelfde aangelegenheid, heeft het die partijen erover geïnformeerd dat het op 30 maart 1999 het nog niet bekendgemaakte arrest nr. 39/99 had gewezen.
Par ordonnance du 5 mai 1999, la Cour a déclaré l'affaire en état et fixé l'audience au 9 juin 1999, après avoir reformulé la question préjudicielle et après avoir constaté que les parties font référence à des arrêts de la Cour relatifs à la même matière, lesquelles elle a informées de ce que la Cour a rendu le 30 mars 1999 l'arrêt n° 39/99 non encore publié.