De rechtbank oordeelt dat de humanitaire beweegredenen enerzijds objectieve en controleerbare gronden hebben, en dat er anderzijds geen enkel « voordeel » mag uit voortvloeien voor de helpende partij, terwijl in een vriendschappelijke of liefdesrelatie beide partijen voordeel hebben.
Le tribunal considère que les motifs humanitaires ont, d'une part, des bases objectives et contrôlables, et sont d'autre part exclusifs de tout « avantage » procuré à la partie aidante, alors que les deux parties tirent des avantages d'une relation amoureuse ou d'amitié.