Op basis van artikel 8, § 2, vijfde lid, 1°, van de algemene wet van 21 juli 1844, ingevoegd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2001 betreffende het in aanmerking nemen voor het pensioen van weddenbijslagen toegekend aan magistraten, mag de in artikel 357, § 1, eerste lid, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde weddenbijslag van 2.602,89 euro toegekend vanaf 1 januari 2000 aan de substituut-procureurs des Konings gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, in aanmerking genomen worden voor de berekening van het pensioen.
Sur la base de l'article 8, § 2, alinéa 5, 1°, de la loi générale du 21 juillet 1844, y inséré par l'article 1 de l'arrêté royal du 10 juillet 2001 relatif à la prise en considération en matière de pension des suppléments de traitement accordés aux magistrats, le supplément de traitement de 2.602,89 euros visé à l'article 357, § 1, alinéa 1, 4°, du Code Judiciaire accordé à partir du 1 janvier 2000 aux substituts des procureurs du Roi spécialisés en matières fiscales peut être pris en considération pour le calcul de la pension.