Tegelijkertijd onderstreept het verslag hoe belangrijk het is dat de EU en andere industrielanden zich gezamenlijk voor de middenlange termijn ten doel stellen om de uitstoot van broeikasgassen uiterlijk in 2020 met 25 tot 40 procent te verminderen, naast een langetermijndoelstelling van 80 procent reductie ten opzichte van 1990 in 2050. Als men daarbij het algemene doel voor ogen houdt om de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging tot 2°C boven het voor-industriële tijdperk beperkt te houden, bestaat er volgens het verslag 50 procent kans de klimaatdoelstelling te halen.
En même temps, il souligne l’importance pour l’Union européenne et d’autres nations industrialisées de définir, en tant que groupe, un objectif à moyen terme pour la réduction des émissions des gaz à effet de serre de 25 %-40 % d’ici à 2020, ainsi qu’un objectif à long terme pour la réduction des émissions de 80 % d’ici à 2050, par rapport à 1990, tout en continuant à se concentrer sur l’objectif de limitation de la hausse de la température mondiale à 2°C au-dessus des niveaux préindustriels, ce qui donne ainsi une probabilité de 50 % d’atteindre cet objectif.