Zoals de wetgever vermocht nie
t te voorzien in de progressiviteit van het bedrag van het leefloon naargelang het aantal kinderen, omdat de ontstentenis van progressiviteit wordt gecompenseerd door de toekenning van de gewaarborgde gezinsbijslag (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC 50-1603/001, p. 21), zo ook vermocht hij bijzondere aandacht te schenken aan de alleenstaanden met één of meer ongehuwde minderjarige kinderen ten laste, door hen, voor wat het maximumbedr
ag van het leefloon betreft, gelijk te stellen met de gehuwde personen of
...[+++] de levenspartners met ten minste één minderjarig kind ten laste.
De même que le législateur a pu ne pas prévoir une progressivité du montant du revenu d'intégration sociale en fonction du nombre d'enfants, parce que l'absence de progressivité est compensée par l'octroi de prestations familiales (Doc. parl., Chambre, 2001-2002, DOC 50-1603/001, p. 21), il a pu également accorder une attention particulière aux isolés ayant la charge d'un ou de plusieurs enfants mineurs non mariés, en les assimilant, pour ce qui concerne le montant maximum du revenu d'intégration, aux personnes mariées ou aux partenaires de vie ayant au moins un enfant mineur à charge.