«
Immers, zoals de Raad van State herhaaldel
ijk eraan heeft herinnerd, strekt de vaststelling ' op uniforme wijze voor alle onderwijsnetten en voor alle personeelsleden die door de Staat worden bezoldig
d of gesubsidieerd, (van) de bekwaamheidsbewijzen die vereist zijn voor de uitoefening van de verschillende ambten en, bij gebrek aan houders van de vereiste bekwaamheidsbewijzen, (van) de voldoende geachte bekwa
...[+++]amheidsbewijzen (bedoeld in artikel 12bis, § 2, eerste lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1973), ertoe de gelijkheid onder de personeelsleden te waarborgen zoals bedoeld in artikel 24, § 4, van de Grondwet '.« En effet,
comme le Conseil d'Etat l'a rappelé à de nombreuses reprises, la fixation ' d'une manière uniforme pour tous les réseaux d'enseignement et pour tous les membres du personnel rémunérés ou subsidiés par l'Etat, (des) titres requis pour l'exercice des différentes fonctions et, à défaut de porteurs de titres requis, (des) titres jugés suffisants (prévue par l'article 12bis, § 2, alinéa 1 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, inséré par la loi du 11 juillet 1973) tend à garantir l'égalité entre les membres du personnel telle que visée à l'article 24, § 4, de la Constitution
...[+++]'.