De rapporteur trekt daaruit echter niet de noodzakelijke conclusie dat aan de ene kant de internationale handel onder meer gebaseerd zou moeten zijn op een logica van complementariteit, in plaats van op een logica van concurrentie tussen producenten en producten, en dat aan de andere kant de landbouw gebaseerd zou moeten zijn op planning en bescherming van de voedselsoevereiniteit en -veiligheid van elk land.
Cependant, le rapporteur ne tire pas les enseignements nécessaires en ce qui concerne les conclusions qui s’imposent: notamment que la complémentarité devrait être le principe directeur du commerce international, et non la concurrence entre les pays producteurs et les producteurs, et que la planification de l’agriculture devrait être axée sur la souveraineté et la sécurité alimentaires de chaque pays.