Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is eveneens van oordeel dat, wat betreft een burgerlijke rechtspleging voor een hoger rechtscollege, de verplichting om te worden vertegenwoordigd door een advocaat die tot dat rechtscollege wordt toegelaten, op zich niet onbestaanbaar is met de vereisten van artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (E.H.R.M., Emma Vogl t/ Duitsland, 5 december 2002, rolnr. 65.863/01).
La Cour européenne des droits de l'homme a, elle aussi, considéré que, s'agissant d'une procédure civile devant une juridiction supérieure, l'obligation d'être représenté par un avocat admis à cette juridiction n'est pas en elle-même incompatible avec les exigences de l'article 6.1 de la Convention européenne des droits de l'homme (Déc. Cour eur.D.H., Emma Vogl c/ Allemagne, 5 décembre 2002, rôle 65.863/01)