Nu de toetsing van de geldigheid van een kaderbesluit genomen op basis van artikel 34, lid 2, onder b), van het EU-Verdrag, volgens de artikelen 35 en 46 van dat Verdrag tot de bevoegdheid behoort van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarvan België de rechtsmacht ter zake heeft aanvaard, heeft het Hof, bij zijn arrest nr. 124/2005 van 13 juli 2005, de volgende prejudiciële vraag gesteld :
Dès lors que le contrôle de la validité d'une décision-cadre prise en vertu de l'article 34, paragraphe 2, sous b), du Traité UE relève, selon les articles 35 et 46 de ce Traité, de la compétence de la Cour de justice des Communautés européennes, dont la Belgique a admis la compétence en la matière, la Cour, par son arrêt n° 124/2005 du 13 juillet 2005, a posé la question préjudicielle suivante :