Beide akten van rechtspleging verwijten België het feit dat het niet de verplichtingen is nagekomen die zijn opgelegd door artikel 5 van richtlijn 97/33/EG, in samenhang met de bijlagen I en III daarvan, wat de universele dienst betreft, terwijl de Lid-Staten verplicht zijn ervoor te zorgen dat de bepalingen van die richtlijn integraal worden toegepast.
Ces deux actes de procédures reprochent à la Belgique d'avoir manqué aux obligations imposées par l'article 5 de la directive 97/33/CE, en liaison avec ses annexes I et III, en ce qui concerne le service universel, alors que les Etats membres sont tenus de veiller à ce que les dispositions de ladite directive soient intégralement mises en oeuvre.