29. wijst de lidstaten van Schengen op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de mensenrechten in verband met artike
l 3 van het EVRM en doet op hen een beroep ook illegaal een land binnen gekomen immigranten en vluchtelingen niet uit te zetten naar een staat waarin hen folteringen of een andere onmenselijke of vernederende behandeling dreigen, respecti
evelijk wanneer een redelijk vermoeden bestaat dat de personen die worden uitgezet aan een dergelijke behandeling zullen worden blootgesteld, en met deze staten
...[+++] ook geen overeenkomst inzake terugname te sluiten;
29. attire l'attention des États signataires de l'accord de Schengen sur la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme en ce qui concerne l'article 3 de la CEDH, et leur demande instamment de ne pas expulser les immigrants et réfugiés, même entrés illégalement sur leur territoire, vers des pays où ils pourraient être victimes de tortures ou d'autres traitements inhumains ou dégradants voire où l'on est fondé de penser que les personnes expulsées pourraient être exposées à de tels traitements, et de ne pas conclure d'accord de rapatriement avec ces pays;