Art. 13. § 1. Het kadastraal inkomen als bijkomende voorwaarde voor het recht op een studietoelage, zoals bepaald in artikel 16 van bovengenoemd decreet, is niet toepasselijk op de kandidaten bedoeld in de artikelen 6, 7 en 8 en op de kandidaten waarvan het referentie-inkomen zoals bedoeld in artikel 10, §§ 1 en 2, geheel of gedeeltelijk is samengesteld uit het bestaansminimum of voor minstens 70 % bestaat uit alimentatiegelden, uit vervangingsinkomsten of uit een inkomensvervangende tegemoetkoming, toegekend in het raam van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten.
Art. 13. § 1. Le revenu cadastral comme condition supplémentaire pour le droit à une allocation d'études, telle que fixée à l'article 16 du décret précité, n'est pas applicable aux candidats dont le revenu de référence comme prévu à l'article 10, §§ 1 et 2 est composé entièrement ou partiellement du minimum de moyens d'existence ou pour au moins 70 % de pensions alimentaires, de revenus de remplacement ou d'une allocation de remplacement de revenus, octroyée du chef de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés.