5. Voor de verkoopseizoenen 1984/1985 en 1985/1986 bepalen de producerende Lid-Staten de olijvenproduce
nten wier produktie gemiddeld ten minste 100 kg olie per verkoopseizoen bedraagt en
die recht hebben op steun die wordt toegekend aan de ha
nd van de werkelijk geproduceerde hoeveelheid olijfolie, door voor elk verkoopseizoen de overeenkomstig artikel 18 vastgestelde opbrengsten aan olijven
...[+++] en olijfolie toe te passen op het aantal olijfbomen in produktie.
5. Pour les campagnes de commercialisation 1984/1985 et 1985/1986, les États membres producteurs déterminent les oléiculteurs, dont la production moyenne est d'au moins 100 kilogrammes d'huile par campagne et qui ont droit à l'aide octroyée en fonction de la quantité d'huile effectivement produite, en appliquant pour chaque campagne les rendements en olives et en huile, fixés conformément à l'article 18, au nombre d'oliviers en production.