4. Met inga
ng van 19 juli 2001 gebruiken de lidstaten meetstations en andere methoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit die aan de eisen van deze richtlijn voldoen voor de bepaling van concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide en lood in de lucht om geg
evens te verkrijgen waarmee kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de gren
swaarden die bij de Richtlijnen 80/779/EEG, 82/884/EEG en 85/203/EEG zijn vastgesteld, t
...[+++]otdat de bij die richtlijnen vastgestelde grenswaarden niet meer van toepassing zijn.
4. À partir du 19 juillet 2001, les États membres utilisent des stations de mesure et d'autres méthodes d'évaluation de la qualité de l'air conformes aux exigences de la présente directive pour évaluer les concentrations d'anhydride sulfureux, de dioxyde d'azote, et de plomb dans l'air ambiant aux fins d'obtenir les données permettant de démontrer le respect des valeurs limites prescrites par les directives 80/779/CEE, 82/884/CEE et 85/203/CEE jusqu'à ce que ces valeurs limites cessent d'être applicables.