In afwijking van het identificatievoorschrift, vastgesteld in artikel 4, lid 1, kan de bevoegde autoriteit besluiten dat de bepalingen van deel A niet van toepassing zijn op schapen en geiten die worden gehouden in en verplaatst tussen dierentuinen die zijn erkend overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (1), mits de dieren individueel worden geïdentificeerd en traceerbaar zijn.
Par dérogation à l’exigence d’identification prévue à l’article 4, paragraphe 1, l’autorité compétente peut décider que les dispositions de la section A ne s’appliquent pas aux animaux des espèces ovine et caprine détenus dans les zoos agréés conformément à l’article 13, paragraphe 2, de la directive 92/65/CEE du Conseil (1), ou transférés entre ces zoos, pour autant que soient assurées l’identification et la traçabilité de chaque animal.