Er zijn 3 situaties waarbij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), een in België ingediende aanvraag om machtiging tot verblijf in het kader van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet, beschouwt als zonder voorwerp geworden:1) de verzoeker heeft reeds voldoening gekregen via een andere verblijfsprocedure, 2) de verzoeker is niet meer in leven, of 3) de verzoeker verliet sinds zijn aanvraag het Schengengebied en dit meer dan drie maanden.
Il existe 3 situations dans lesquelles l'Office des Étrangers (OE) considère qu'une demande introduite en Belgique en vue d'obtenir une autorisation de séjour dans le cadre de 9bis de la loi sur les étrangers est devenue sans objet :1) le demandeur a déjà obtenu satisfaction par l'intermédiaire d'une autre procédure de séjour,2) le demandeur n'est plus en vie, ou 3) le demandeur a quitté le territoire Schengen depuis sa demande et depuis plus de 3 mois.