Nu de kandidaten van de Algemene Inspectie enkel van het directiebrevet, respectievelijk de selectieproeven en vorming worden vrijgesteld om de in B.10.2 en B.10.3 vermelde redenen, en onder het voorbehoud dat de vermelding « goed » door de binnen de Algemene Inspectie georganiseerde commissie, als vervanging van het directiebrevet, respectievelijk de selectieproeven en vorming, enkel wordt verleend na een evaluatie die borg staat voor het goede niveau van de kandidaten van de Algemene Inspectie, is de maatregel niet onevenredig.
Dès lors que les candidats de l'Inspection générale ne sont dispensés que, respectivement, du brevet de direction ou des épreuves de sélection et de la formation, pour les motifs mentionnés en B.10.2 et en B.10.3 et sous réserve que la mention « bon » ne soit accordée par la commission organisée au sein de l'Inspection générale, en remplacement du brevet de direction, des épreuves de sélection et de la formation, qu'à l'issue d'une évaluation garantissant le bon niveau des candidats de l'Inspection générale, la mesure n'est pas disproportionnée.