Ofschoon dat arrest betrekking heeft op de verhoging van een pensioen, en niet op de schorsing van het recht op pensioen, blijkt eruit dat de lidstaten te dezen over een grote appreciatiemarge beschikken en dat het belang voor de Staten om in deze aangelegenheid wederkerigheidsakkoorden te sluiten, wordt erkend (ibid., § 89).
Bien que cet arrêt porte sur la revalorisation d'une pension et non sur la suspension du droit à la pension, il apparaît que les Etats membres disposent en l'occurrence d'un pouvoir d'appréciation étendu (ibid., § 61) et que l'intérêt pour les Etats de conclure des accords de réciprocité en cette matière est reconnu (ibid., § 89).