Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com
Beweeglijk deel van tong NNO
Bot van middelste neusschelp
Middelste bonte specht
Middelste derde deel van oesofagus
Middelste zaagbek
Middelste zager
Middelste-derde van tong NNO
Middelste-derde-deel van oesofagus
Neventerm
Spechten
Vermoeidheidssyndroom
Volledige middelste neusgang

Vertaling van "spechten middelste " (Nederlands → Frans) :

TERMINOLOGIE






Omschrijving: Er komen aanzienlijke culturele verschillen voor bij de presentatie van deze stoornis en er komen twee hoofdvormen voor, met aanzienlijke overlap. Bij de ene vorm is het belangrijkste kenmerk een klacht over toegenomen vermoeidheid na geestelijke inspanning, dikwijls samengaand met enige afname in het efficiënt verrichten van de dagelijkse beroepsarbeid. De geestelijke vermoeibaarheid wordt op typerende wijze beschreven als een zich op onaangename wijze opdringen van verwarrende associaties of herinneringen, moeite met concentreren en algemeen inefficiënt denken. Bij de andere vorm ligt de nadruk op gevoelens van lichamelijke of fysieke zwakte en uitputting na slechts ...[+++]

Définition: Il existe des variations culturelles importantes dans les manifestations de ce trouble, qui comporte deux types essentiels, ayant de nombreux points communs. Dans le premier type, la caractéristique essentielle est une plainte concernant une fatigue accrue après des efforts mentaux, souvent associée à une certaine diminution des performances professionnelles et des capacités à faire face aux tâches quotidiennes. La fatigabilité mentale est décrite typiquement comme une distractibilité due à une intrusion désagréable d'associations et de souvenirs, une difficulté de concentration ou une pensée globalement inefficace. Dans le deuxième type, l'accent est mis sur des sensations de faiblesse corporelle ou physique ...[+++]


middelste-derde-deel van oesofagus

Tiers moyen de l'œsophage


middelste derde deel van oesofagus

tiers moyen de l'œsophage


beweeglijk deel van tong NNO | middelste-derde van tong NNO

Partie mobile de la langue SAI Tiers moyen de la langue SAI




IN-CONTEXT TRANSLATIONS
Er wordt de aanwezigheid van typische soorten van grote bosbestanden waargenomen : wespendieven, zwarte ooievaars, zwarte spechten, middelste bonte spechten en hazelhoenen.

On y relève la présence d'espèces typiques des grands massifs forestiers : bondrée apivore, cigogne noire, pic noir, pic mar et gélinotte des bois.


Deze bossen herbergen grote broedende populaties van middelste bonte spechten, zwarte spechten, zwarte ooievaars.

Ces forêts abritent d'importantes populations nicheuses de pic mar, de pic noir, de cigogne noire.


In haar stroomafwaartse gedeelte, omvat de locatie een gedeelte van het groot bestand van acidofiele beukenbossen dat de zuidgrens van de Ardennen omzoomt en herbergt populaties van middelste bonte spechten, zwarte spechten, zwarte ooievaars.

Dans sa partie aval, le site reprend une partie de l'important massif de hêtraie acidophile qui borde la retombée sud de l'Ardenne et abrite des populations de pic mar, de pic noir, de cigogne noire.


Ze bestaat uit loofbomen (80 %) en herbergt een avifauna die typisch is van de grote bosbestanden (Zwarte ooievaars, middelste bonte spechten en zwarte spechten) terwijl ijsvogels in de oevers van de beek nestelen.

Elle est composée de 80 % de feuillus et accueille une avifaune typique des grands massifs forestiers (Cigogne noire, Pic noir et Pic mar) tandis que le Martin-pêcheur niche dans les berges de la rivière.


For more results, go to https://pro.wordscope.com to translate your documents with Wordscope Pro!
De locatie omvat een groot gedeelte van het bestand van acidofiele beukenbossen dat de zuidgrens van de Ardennen omzoomt, met voortplantingspopulaties van zwarte ooievaars, middelste bonte spechten, zwarte spechten, vale vleermuizen.

Le site inclut une part importante du massif de hêtraie acidophile qui borde la limite sud de l'Ardenne, avec des populations reproductrices de cigogne noire, de pic mar, de pic noir, de grand murin.


De locatie is belangrijk voor de avifauna die kenmerkend is voor grote boslandschappen (meer dan 70 koppels middelste bonte spechten, zwarte ooiievaar...) hoewel dat boslandschap steeds meer verbrokkelt vanwege het geleidelijke herbebossen met naaldbomen van de acidocliene vervangingseikenbossen op droge bodem. Men vindt daar ook bosformaties in valleibodems van het type veenachtige berkenbossen, moerassige elzenbossen, zomereikenbossen met berken maar ook poelen en laagveen.

Le site est important pour l'avifaune caractéristique des grands massifs forestiers (plus de 70 couples de pic mar, cigogne noire...) bien que ce massif soit de plus en plus morcelé par l'enrésinement progressif des chênaies acidoclines de substitution sur sol sec. On y rencontre des formations forestières de fond de vallée de type boulaies tourbeuses, aulnaies marécageuses, chênaies pédonculées à bouleau mais aussi des mares et des bas-marais.


b) habitats voor de voortplanting en het voeden van een regelmatige populatie van Zwarte spechten (A236), Middelste bonte spechten (A238), Kleine groene spechten (A234), Hazelhoenen (A104), Wespendieven (A072), Zwarte ooievaars (A030), Bosvleermuizen (Bechsteins vleermuizen (1323) en Ingekorven vleermuizen (1321), Vale vleermuizen (1324), Grote hoefijzerneuzen (1304), Kleine hoefijzerneuzen (1303), Mopsvleermuizen (1308), Vliegende herten (1083);

b) des habitats de reproduction et de nourrissage pour une population régulière de Pic noir (A236), de Pic mar (A238), de Pic cendré (A234), de Gélinotte (A104), de Bondrée apivore (A072), de Cigogne noire (A030), de chauves-souris forestières (les Vespertilions de Bechstein 1323 et à oreilles échancrées 1321, le Grand murin 1324, le Grand rhinolophe 1304, le Petit rhinolophe 1303, la Barbastelle 1308), de Lucane cerf-volant (1083);


d) habitats de voortplanting en het voeden van een regelmatige populatie van Zwarte spechten (A236), Middelste bonte spechten (A238), Kleine groene spechten (A234), Hazelhoenen (A104), Wespendieven (A072), Zwarte ooievaars (A030), Bosvleermuizen (Bechsteins vleermuizen (1323) en Ingekorven vleermuizen (1321), Vale vleermuizen (1324), Grote hoefijzerneuzen (1304), Kleine hoefijzerneuzen (1303), Mopsvleermuizen (1308), Vliegende herten (1083), Zeggekorfslakken (1016));

d) des habitats de reproduction et de nourrissage pour une population régulière de Pic noir (A236), de Pic mar (A238), de Pic cendré (A234), de Gélinotte (A104), de Bondrée apivore (A072), de Cigogne noire (A030), de chauves-souris forestières (les Vespertilions de Bechstein (1323) et à oreilles échancrées (1321), le Grand murin (1324), le Grand rhinolophe (1304), le Petit rhinolophe (1303), la Barbastelle (1308), de Lucane cerf-volant (1083), de Maillot de Desmolin (1016));


i) habitats voor de voortplanting en het voeden van een regelmatige populatie van Zwarte spechten (A236), Middelste bonte spechten (A238), Kleine groene spechten (A234), Hazelhoenen (A104), Wespendieven (A072), Zwarte ooievaars (A030), Bosvleermuizen (Bechsteins vleermuizen (1323) en Ingekorven vleermuizen (1321), Vale vleermuizen (1324), Grote hoefijzerneuzen (1304), Kleine hoefijzerneuzen (1303), Mopsvleermuizen (1308), Vliegende herten (1083);

i) des habitats de reproduction et de nourrissage pour une population régulière de Pic noir (A236), de Pic mar (A238), de Pic cendré (A234), de Gélinotte (A104), de Bondrée apivore (A072), de Cigogne noire (A030), de chauves-souris forestières (les Vespertilions de Bechstein 1323 et à oreilles échancrées 1321, le Grand murin 1324, le Grand rhinolophe 1304, le Petit rhinolophe 1303, la Barbastelle 1308), de Lucane cerf-volant (1083);


e) habitats voor de voortplanting en het voeden van een regelmatige populatie van Zwarte spechten (A236), Middelste bonte spechten (A238), Kleine groene spechten (A234), Hazelhoenen (A104), Wespendieven (A072), Zwarte ooievaars (A030), Bosvleermuizen (Bechsteins vleermuizen (1323) en Ingekorven vleermuizen (1321), Vale vleermuizen (1324), Grote hoefijzerneuzen (1304), Kleine hoefijzerneuzen (1303), Mopsvleermuizen (1308), Vliegende herten (1083), Zeggekorfslakken (1016));

e) des habitats de reproduction et de nourrissage pour une population régulière de Pic noir (A236), de Pic mar (A238), de Pic cendré (A234), de Gélinotte (A104), de Bondrée apivore (A072), de Cigogne noire (A030), de chauves-souris forestières (les Vespertilions de Bechstein 1323 et à oreilles échancrées 1321, le Grand murin 1324, le Grand rhinolophe 1304, le Petit rhinolophe 1303, la Barbastelle 1308), de Lucane cerf-volant (1083), de Maillot de Desmolin (1016);




datacenter (28): www.wordscope.be (v4.0.br)

'spechten middelste' ->

Date index: 2024-12-01
w