Art. 2. Ten aanzien van het personeelslid van het Ministerie van Landbouw, komen voor de toekenning van de tussentijdse verhogingen eveneens in aanmerking, de werkelijke diensten welke het met ingang van zijn 18e, 20e, 23e of zijn 24e jaar, naargelang van de klasse van zijn schaal heeft verricht, terwijl het behoorde tot het Speciaal Comité van Katanga, als titularis van een bezoldigd ambt met volledige prestaties.
Art. 2. Pour l'agent du Ministère de l'Agriculture, sont également admissibles pour l'octroi des augmentations intercalaires, les services effectifs qu'il a prestés à partir de l'âge de 18, 20, 23 ou 24 ans, selon la classe de son échelle, en faisant partie du Comité spécial du Katanga, comme titulaire d'une fonction rémumérée et comportant des prestations complètes.