In het fraudeonderzoek zelf, zo stelt het Comité I vast, heeft de Veiligheid van de Staat veeleer onderzocht welke personen voordeel hadden bij deze vormen van fraude dan dat zij gezocht heeft naar de fraudeurs zelf en de mogelijke banden die ze hadden met bepaalde landen of misdaadorganisaties.
En ce qui concerne l'enquête sur la fraude même, le Comité R constate que la Sûreté de l'État a examiné quelles personnes avaient un intérêt dans ce type de fraude, plutôt que de rechercher l'identité des fraudeurs et les liens éventuels de ces derniers avec certains pays ou certaines organisations criminelles.