De staatsgarantie van tweede rang ten belope van 1,25 miljard EUR op de door de banken gestelde garanties (nieuwe maatregel 3) is net als de vroegere contragarantie (vroegere maatregel 3) een uitzonderingsmaatregel die niet als een normale gedraging van een financiële instelling kan worden beschouwd, met name gelet op de situatie van Alstom.
La garantie de l’État en deuxième perte à concurrence de 1,25 milliard d’euros sur les cautions octroyées par les banques (nouvelle mesure 3), tout comme la contre-garantie antérieure (ancienne mesure 3), est également une mesure exceptionnelle qui ne peut être considérée comme le comportement normal d’une institution financière compte tenu notamment de la situation d’Alstom.