Zo heeft de Commissie in de omroepzaak tegen Oostenrijk (75) overwogen dat lidstaten op grond van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag (zoals geïnterpreteerd door het protocol bij het Verdrag van Amsterdam) in principe zo veel staatsmiddelen aan publieke omroepen ter beschikking mogen stellen als nodig is om de openbaredienstverlening te waarborgen.
Dans l’affaire concernant le radiodiffuseur autrichien (75), la Commission affirme, par exemple, que «les États membres, au titre de l’article 86, paragraphe 2, tel qu’il est interprété dans le protocole d’Amsterdam, peuvent en principe allouer aux radiodiffuseurs publics tout le financement nécessaire pour l’accomplissement de leur mission de service public.