Krachtens het in het geding zijnde artikel 7, § 2, 4°, van de wet van 12 januari 2007 is een verlenging van de materiële hulp mogelijk voor de vreemdeling van wie de asielprocedure en de procedure voor de Raad van State negatief zijn afgesloten, die geen gevolg kan geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten dat hem werd betekend, en die ouder is van een Belgisch kind en een aanvraag tot machtiging tot verblijf heeft ingediend bij de autoriteiten bevoegd voor asiel en migratie op grond van artikel 9bis van de voormelde wet van 15 december 1980.
En vertu de l'article 7, § 2, 4°, en cause, de la loi du 12 janvier 2007, une prolongation de l'aide matérielle est possible pour l'étranger dont la procédure d'asile et la procédure devant le Conseil d'Etat se sont clôturées négativement, qui ne peut donner suite à l'ordre de quitter le territoire qui lui a été notifié et qui est parent d'un enfant belge et qui a introduit une demande d'autorisation de séjour auprès des autorités compétentes en matière d'asile et de migration sur la base de l'article 9bis de la loi précitée du 15 décembre 1980.